Waarom je steeds tegen dezelfde patronen aanloopt (en twee manieren om ze te doorbreken)
Steeds weer die partner die op afstand blijft. Steeds datzelfde moment in een vergadering waarop je inslikt wat je eigenlijk wilde zeggen. Of de ruzie met je moeder die al twintig jaar precies hetzelfde verloopt, alsof jullie een script volgen dat niemand ooit heeft opgeschreven. Je neemt je van alles voor, en een halfjaar later sta je op exact dezelfde plek. Dat is geen pech, en het zegt weinig over je wilskracht. Het zegt iets over patronen. Sommige heb je zelf aangeleerd. Andere zijn ouder dan jij en komen ergens anders vandaan. Voor allebei bestaat een manier om er anders mee om te gaan.
De patronen die je zelf hebt geleerd
Veel van wat je op een dag doet, kies je niet bewust. Onderzoekers van MIT lieten zien dat het brein gewoontes vastlegt in vaste routes, zodat een aangeleerd patroon vanzelf afdraait zodra de juiste prikkel langskomt. Handig voor autorijden en tandenpoetsen. Een stuk minder handig als dat patroon “ik trek me terug zodra het spannend wordt” heet.
De eerste invalshoek kijkt precies naar die aangeleerde laag: je gedrag, je gedachten en de taal die je gebruikt. Let maar eens op hoe vaak je “ik moet”, “ik kan niet” of “zo ben ik nu eenmaal” zegt. Kijk welke van deze zinnen je herkent:
- “Ik moet wel ja zeggen, anders vindt niemand me aardig.”
- “Zo ben ik nu eenmaal, dat verander ik toch niet meer.”
- “Als ik laat zien dat ik het lastig vind, val ik door de mand.”
Stuk voor stuk klinken ze als een feit. Toch zijn het aangeleerde regels, en ze bevestigen de route die je brein toch al het liefst neemt. Wie leert zulke zinnen op te merken en anders te formuleren, krijgt ruimte om anders te reageren op hetzelfde oude moment.
Dit is het werkterrein van NLP, dat draait om de samenhang tussen taal, denken en gedrag. Een opleiding als de NLP-practitioner van UNLP leert je die patronen bij jezelf herkennen en bijsturen, met technieken voor overtuigingen, emoties en communicatie. Zie het als een methode om bewuster te sturen, niet als een medische behandeling of een belofte dat alles in één weekend omslaat. Begin klein. Kies deze week één zin die je vaak tegen jezelf zegt, en onderzoek of hij echt waar is.
Patronen die ouder zijn dan jij
Niet elk patroon begint bij jou. Sommige gedragingen, angsten en loyaliteiten draag je mee zonder ze ooit gekozen te hebben, omdat ze via je familie zijn doorgegeven. Kenniscentrum ARQ beschrijft hoe ingrijpende ervaringen en onverwerkt verdriet van generatie op generatie kunnen doorwerken, ook bij mensen die de oorspronkelijke gebeurtenis nooit zelf hebben meegemaakt. Een kleinkind dat spanning voelt die eigenlijk bij de oorlog van opa hoort. Een dochter die onbewust de lege plek van een te vroeg overleden tante probeert te vullen.
De tweede invalshoek zoomt uit, van jou naar het hele systeem waar je uit voortkomt. Systemisch werk, waarvan familieopstellingen de bekendste vorm zijn, kijkt naar wie er in een familie een plek kreeg en wie niet, naar geheimen, verlies en de onuitgesproken regels die daarna ontstonden. Het vertrekt vanuit een paar eenvoudige principes: iedereen die erbij hoort mag een plek hebben, wie er eerder was gaat voor wie later kwam, en geven en nemen zoeken naar balans. Raakt zo’n orde verstoord, door een gemis of iets dat nooit benoemd mocht worden, dan probeert een volgende generatie het onbewust recht te trekken. Vaak wordt zichtbaar dat jouw patroon ooit een oplossing was voor iets dat een generatie eerder speelde. Je herhaalt dan geen fout, je bent trouw aan iets ouds.
Wil je die manier van kijken leren, dan biedt een basisopleiding familieopstellingen zoals die van UNLP.nl een plek om de principes en de werkwijze onder de knie te krijgen. Ook dit is een methode en een leerweg, geen bewezen therapie of vervanging voor hulp bij ernstige klachten. De winst zit vaak in het inzicht. En zodra je ziet dat een last niet van jou is, mag je hem teruggeven.
Waar begin je?
De twee invalshoeken bijten elkaar niet. De ene helpt je vandaag anders reageren, de andere laat zien waarom dat moeilijke moment er überhaupt is. Je hoeft niet te kiezen welke “waar” is. Merk eerst een week lang op welk patroon steeds terugkomt, zonder het meteen te willen oplossen. Schrijf op wanneer het opspeelt en wie erbij is. Zo’n klein logboek verklapt vaak al of je vooral aan een eigen gewoonte werkt of aan iets dat verder teruggaat. Beide deuren vragen tijd, en geen van beide belooft dat het patroon morgen verdwenen is. Van daaruit kies je welke deur je als eerste opent.
Dit artikel is een betaalde samenwerking met UNLP.